Bij kleine kinderen: * veel huilen; problemen met eten en slapen; over strekken; moeilijk te troosten * Overgevoeligheid voor de tast: moeite met aanraking; last van kleding; niet willen spelen met zand, klei, verf of plak * Angst om te klimmen of te draaien * Concentratieproblemen, niet stil kunnen zitten, snel afgeleid zijn
Bij jongeren: * Moeite met volgen van de lessen * Snel afgeleid door omgevingsgeluiden * Overgevoeligheid voor tast en aanraking * Gevoelens van onrust en irritatie in drukke en onoverzichtelijke situaties
Problemen in de fijne motoriek, o.a.: * Onhandigheid * Moeite met de oog-hand coördinatie * Moeite met de samenwerking tussen beide handen * Niet goed inschakelen van beide lichaamshelften * Onvoldoende ontwikkelen van de handvoorkeur * Moeite met organiseren van het werk, plannen van handelingen * Moeite met kleutervaardigheden (prikken; knippen; plakken) * Moeite met (leren) schrijven; slordig schrijven; letters omkeren enzovoort.
Problemen in Activiteiten van het Dagelijkse Leven (ADL), o.a.: * Niet zelfstandig uit- en aankleden * Moeite met veters strikken * Moeite met hanteren van bestek * Weinig of moeilijk kunnen spelen